De belangrijkste conclusie was dat de voornaamste oorzaak van de vele problemen van het EU Visserij Beleid de onberekenbare aard van de visserij was. Deze onberekenbaarheid, volgens de vissers, berustte niet op het onvermogen van de zee om op een consistente wijze vis te produceren maar op de veranderlijke natuur van EU visserijbeleids besluiten en de ongelijke manier van hun toepassing. In feite, de meeste van de aan de studie deelnemende vissers in Nederland zowel als Ierland, waren van mening dat het huidig EU Visserij Beleid een warboel was (1995-1997).
De combinatie van onvoorzienbare visserij quota en de onzekerheid van de toegankelijkheid voor vissers vloten tot de verschillende EU visserij gebieden, betekende dat de vissers in één seizoen zo veel vis proberen te vangen als mogelijk. Dit is omdat de quota voor het volgende seizoen onzeker zijn. De perceptie is, als de ene visser de vis niet vangt, de andere het wel doet. Velen van de vissers zeiden dat zij zich realiseerden, meer dan wie ook, dat zij niet op een duurzame wijze visten en bovendien, dat ze zeer verontwaardigd waren dat de nationale en internationale visserij verordeningen hun hiertoe noodzaakten. De Nederlandse vissers gaven "de paardekracht race" in de Nederlandse boomkorvisserij als een voorbeeld van een tendens waar ze het niet mee eens waren, maar toch toe gedwongen werden door onverantwoordelijke visserij regulaties.
In het quantitatieve questionnaire deel van de studie, één van de vragen was of visserij regulering überhaupt nodig was. Alle (100%) Nederlandse en Ierse respondenten waren van mening dat visserij regulering wel nodig was maar met één essentiële voorwaarde. Deze voorwaarde was dat de regulering op volkomen gelijke voet werd toegepast in alle landen waar het EU Visserij Beleid van kracht was. De perceptie van zowel de Ierse als de Nederlandse vissers was, dat de huidige EU visserij regulaties niet gelijk in alle EU landen worden toegepast (1995-1997).
Ook vreesden de vissers dat als zij zich over dit alles te sterk zouden uitdrukken, dat dit een averechts resultaat zou kunnen hebben, bijvoorbeeld door lagere quota te veroorzaken, in plaats van dat de echte problemen aangepakt werden.
Om zoveel mogelijk vis te vangen terwijl dat nog steeds mogelijk is, is in ecologische termen een voor de hand liggende strategie in omstandigheden van onzekere hulpbronnen. Precies zoals naar voren kwam in deze studie. De huidige situatie wordt niet door de vissers gewenst. Zij willen meer zekerheid van vis rechten zodat ze zich kunnen veroorloven om duurzaam te vissen en de toekomst te kunnen plannen.
De vissers willen meer betrokken zijn bij vis populatie ramingen. Ook willen zijzelf vangsten reguleren om zo vis prijzen sterk te houden, overbevissen te vermijden en bedrijfskosten te drukken.
Mijn conclusie is dus, dat er drie vereisten zijn om een basis te vormen voor een toekomstig visserij beleid dat leidt tot berekenbare hulpbronnen.
- het instellen van een systeem van stabiele visserij eigendomsrechten
op lange termijn (Sea Tenure).
- eigendomsrechten moeten gekoppeld zijn aan vissers groepen die
hechte sociale eenheden vormen.
- nationale en internationale visserij regulering die in alle
regio's evenredig wordt toegepast.
Lange termijn visserij eigendomsrecht gekoppeld aan bepaalde vissers groepen is essentieel. Als de vissers weten dat zij op lange termijn de visstand beheren, weten zij dat zij en hun nakomelingen hier het voordeel van zullen genieten zonder de dreiging van een invasie van andere vissers vloten en onverwachte quota verlagingen.
De grootte, locatie en type van visserij eigendomsrecht zullen natuurlijk worden beïnvloed door specifieke omstandigheden. Factoren zoals geografische locatie van vis populaties en de op lange termijn economische instandhouding van vissersgemeenschappen moeten in beschouwing worden genomen. Het systeem van visserij eigendomsrecht zou op lange termijn stabiel moeten zijn en exclusief gekoppeld aan bepaalde vissersgroepen tenzij de vissers dat zelf anders besluiten. Dit is nodig zodat de hulpbronnen berekenbaar zullen zijn. Natuurlijk moeten visserijonderzoeks resultaten en visstand ramingen beschikbaar zijn voor de vissersgroepen.
Door de juiste keuze van vissersgroepen zou het mogelijk moeten zijn om zelfregulatie te bevorderen, maar een onafhankelijk en egalitair systeem van visserij regulatie zal ook nodig zijn. Beide van deze benaderingen zijn nodig om een hoog niveau van nakoming van visserij regulaties in de hand te werken.
Het doel op lange termijn van vaste visserij eigendomsrechten schijnen misschien op het ogenblik, politiek gezien, problematisch. Maar, zoals het huidige systeem van land eigendom in de landbouw in Europa en andere delen van de wereld heeft bewezen, zal de toekomstige instandhouding van de commerciële visserij af hangen van de berekenbaarheid van zijn hulpbronnen. Het is de conclusie van deze studie dat dit het geval is voor Nederland en Ierland en omdat dit is gebaseerd op betrouwbare ecologische principes, dit dus ook zo is voor andere EU landen.
Visserij eigendomsrecht schijnt de enige manier te zijn om berekenbaarheid van visserij hulpbronnen te bevorderen. Mogelijke politieke moeilijkheden liggen niet zo zeer in het aannemen van het concept van visserij eigendomsrecht op lange termijn, dan wel in de bepaling op rechtvaardige manier van de grootte en geografische locatie van de diverse eigendomsrecht gebieden. In aanmerking genomen de potentiële voordelen van een berekenbaar systeem van visserij eigendomsrecht vergeleken met de manier waarop het huidige EU visserij beleid functioneert, is het systeem van visserij eigendomsrecht sterk aan te bevelen.