Deze studie was een
Menselijk Ecologische Studie van het verband tussen vissersgemeenschappen
en hun maritieme hulpbronnen in Ierland en Nederland. Het was
een interdisciplinaire studie met als achtergrond Maritiem Zoölogische
Ecologie zo wel als Antropologie en Sociologie. De ecologische
relatie tussen de geselecteerde vissersgemeenschappen en hun maritieme
hulpbronnen is bestudeerd door de traditionele visserijkennis
en -praktijk te onderzoeken. Deze wijze van benadering is gebaseerd
op "Indigenous Knowledge Systems" onderzoek. Drie contrasterende
studie gebieden in beide landen zijn geselecteerd en hun geografische,
geologische, demografische en historische achtergrond behandeld.
De traditionele visserijkennis is vastgelegd door middel van een
tweedelige interview procedure, gedurende welke 166 interviews
zijn gehouden. Er zijn 84 qualitatieve interviews gedaan; 15 in
Inishmore, negen in Inishbofin en 18 in Dingle, representerend
de Ierse studiegebieden; zeven in Katwijk, tien in Urk en vijf
in Goeree voor de Nederlandse studiegebieden. Er zijn nog 11 en
negen aanvullende interviews gehouden respectievelijk in Ierland
en Nederland. Van de onderwerpen besproken in de qualitatieve
interviews is een quantitatieve enquête met 119 vragen samengesteld,
waarvan 62 zijn ingevuld, 31 in Dingle zowel als Goeree. De traditionele
visserijkennis van de qualitatieve interviews is behandeld onder
ongeveer de zelfde volgorde van onderwerpen voor de zes studiegebieden.
De resultaten van de quantitatieve enquêtes zijn geanalyseerd
met behulp van multivariate statistische analyses voor categorie
data.
De voornaamste bevindingen bevatten o.a. dat het principe van
"sea tenure" of zee eigendomsrecht, gemeenschappelijk
eigendom van de visserij of visrechten op lange termijn in een
bepaald gebied, in combinatie met overeenkomstige sociale structuren,
een belangrijke basis vormt voor duurzame maritieme hulpbronnen
exploitatie. Regulering van de visserij was gewenst in alle zes
visserijgemeenschappen, maar de gelijke handhaving van de regels
in alle gebieden werd gezien als essentieel. Handhaving van visserij
regulering binnen de Europese Unie werd door respondenten als
ongelijk beschouwd. De markt werd gezien als de primaire factor
die besluitneming over visstrategy van vissers beïnvloedde.
Men zag het contact tussen de vissersgemeenschappen en visseryautoriteiten
als onvoldoende. Quantitatieve data wees aan dat in de vissersgemeenschappen
van deze studie, traditionaliteit in positief verband stond met
duurzame opinies en praktijken. Een cognitief model van Maritieme
Hulpbronnen Exploitatie, bevattend vijf voorname factoren die
de relatie van vissersgemeenschappen met hun maritieme hulpbronnen
beïnvloeden, was samengesteld. Een lijst van 49 recommandaties
voor duurzame maritieme hulpbronnenbeheer was opgesteld.